Erfenis en echtscheiding

De gemeenschap van goederen moet bij echtscheiding op grond van de wet (artikel 1:100 BW) in beginsel bij helfte tussen partijen te worden verdeeld.

Of erfenissen daaronder vallen, wordt naar Nederlands recht bepaald op grond van de hoofdregel van artikel 94 lid 2 van boek 1 B dat onder meer bepaalt:

"De gemeenschap omvat, wat haar baten betreft, alle goederen der echtgenoten, bij aanvang van de gemeenschap aanwezig of nadien, zolang de gemeenschap niet is ontbonden, verkregen, met uitzondering van: 

a. goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij de gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen;"

Wanneer bij testament dus is bepaald dat de erfenis niet in een gemeenschap valt, dan hoort de erfenis dus niet tot de gemeenschap en behoeft het niet te worden verdeeld.

Wanneer er geen testament is of wanneer niet in een testament is bepaald dat de erfenis niet in een gemeenschap valt, dan valt de erfenis dus in de gemeenschap en moet het bij scheiding worden verdeeld.

Welk recht bepaalt of een -buiten Nederland opengevallen- erfenis al of niet in de gemeenschap van goederen valt?

Wat nu als de erflater buiten Nederland woont en het recht van zijn/haar land niet de eis kent dat bij testament bepaald moet worden dat de nalatenschap niet in de gemeenschap van goederen valt?

Wat dan de toe doen met die nalatenschap? In de Nederlandse rechtspraak bestaat nog geen eenduidig antwoord op de vraag welk recht bepaalt of een erfenis, die in het buitenland openvalt, al of niet in de Nederlandse gemeenschap van goederen valt.

Moet er op basis van het recht dat op het huwelijksgoederenregime van toepassing bepaald worden of de nalatenschap in de gemeenschap van goederen valt of is of wordt dat bepaald door het recht dat op de nalatenschap van toepassing is? 

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 november 2013 heeft over zo soort situatie uitspraak gedaan (zie: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:5826). Betekent het ontbreken van een testament met uitsluitingsclausule van een Macedonie overleden erflater dat de middels erfopvolging verkregen goederen in de gemeenschap van goederen vallen? 

De rechtbank meent van niet. De rechtbank overweegt:

"De ratio van artikel 1:94 lid 1 BW is dat goederen die middels erfopvolging zijn verkregen en waarbij door de erflater is bepaald dat deze niet in de gemeenschap vallen, privé eigendom van de ervende echtgenoot blijven. In dit geval was er voor de vader van de vrouw, de erflater, geen noodzaak dit testamentair te bepalen omdat het Macedonische wettelijke stelsel al in een dergelijke uitsluiting voorzag. De vader van de vrouw mocht er daarom op vertrouwen dat de goederen die zijn dochter, de vrouw, van hem zou erven, buiten de gemeenschap van goederen zouden vallen waarin zij was gehuwd. Dat dit anders zou zijn, heeft de man niet, of in ieder geval niet voldoende gemotiveerd, gesteld."

Zoals gezegd: de rechtspraak volgt nog niet één lijn. Extra aandacht is dus vereist!

Zoek binnen de website

Copyright 2012. Joomla Templates 2.5 | Moene Familierecht - Sportsingel 26 - 2492 WJ Den Haag - info@moene.nl