Verhuizen met kind zonder toestemming van de andere ouder of van de rechter

In het artikel Verhuizen met kind gaven wij al aan dat het belangrijk is pas te verhuizen met een kind, wanneer er toestemming van de andere ouder (met gezag) is of van de rechter.

Is die toestemming er niet, dan loopt de verhuizende ouder een groot risico dat de rechter bepaalt dat die ouder met kind moet terug verhuizen naar de oude woonplaats of zelfs dat de rechter het hoofdverblijf van het kind bij de andere ouder bepaald.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 6 mei 2014 uitspraak  gedaan in een zaak waarin het hoofdverblijf bij de andere ouder is bepaald.

De feiten waren daar aldus:

  • kinderen hebben (na echtscheiding) hoofdverblijf bij moeder.
  • ouders hebben samen het ouderlijk gezag.
  • moeder vraagt (onder meer) vervangende toestemming aan de rechtbank om te mogen verhuizen met de kinderen.
  • vader vraagt de rechtbank (onder meer) dat verzoek af te wijzen en het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te bepalen.
  • de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft in maart 2013 de raad voor de kinderbescherming verzocht een onderzoek in te stellen naar de hoofdverblijfplaats van de kinderen, hun mogelijke belang bij een verhuizing en de contactregeling.
  • in juni 2013 is moeder met de kinderen verhuisd. 
  • met ingang van 25 juni 2013 zijn de kinderen door de kinderrechter voor een termijn van een jaar onder toezicht gesteld. Sinds juli 2013 verblijven de kinderen bij vader.
  • in augustus 2013 adviseerde de raad voor de kinderbescherming de rechtbank het verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing af te wijzen en het hoofdverblijf van de kinderen bij vader te bepalen.
  • bij beschikking van 4 september 2013 heeft de rechtbank het hoofdverblijf van de minderjarigen bij de vader bepaald.

Tegen deze uitspraak heeft moeder hoger beroep ingesteld bij het Hof Arnhem-Leeuwarden.

Het Hof komt tot de conclusie dat het in het belang van de kinderen wenselijk is dat hun hoofdverblijf bij vader is.

Het Hof hecht waarde aan de wijze waarop vader met de situatie omgaat. Het Hof overweegt (r.o. 4.8): 
"Naar het oordeel van het hof heeft de vader daarmee laten zien dat hij de positie van de moeder ten opzichte van de kinderen respecteert en draagt hij met zijn houding naar de kinderen uit dat zij bij de moeder mogen zijn, hetgeen het hof met het oog op de -aanleiding van de - uitgesproken ondertoezichtstelling van evident belang acht."

Opvallend is dat beide kinderen per brief aan het Hof hebben aangegeven zij liever bij hun moeder willen wonen.

Dit maakt het voor het hof niet anders. Het hof vindt het navolgende daarvoor van belang:

  • kind 1 heeft ten tijde van het onderzoek door de raad voor de kinderbescherming aangegeven dat hij liever bij de vader wilde wonen, omdat hem dat destijds leuker leek. Kind 2 nam toen een ambivalente houding in. Gebleken is dat de kinderen van mening zijn veranderd, omdat hun verwachtingen over het wonen bij vader zijn tegengevallen. Het Hof overweegt:
    "Nu de mening van hen enkel is 
    gebaseerd op de afweging bij welke ouder het voor hen het leukst is te wonen, ziet het hof geen aanleiding anders te beslissen."
  • uit het rapport van de raad voor de kinderbescherming blijkt dat de kinderen steeds meer tussen hun ouders zijn komen in te staan. Ook om die reden geeft het Hof geen doorslaggevende betekenis aan de wens van de kinderen bij de moeder te willen wonen.

Laat u dus goed adviseren! De verhuizende ouder zal dan de rechtbank moeten verzoeken om toestemming te verlenen om te kunnen verhuizen of de andere (achterblijvende) ouder kan de rechter om een verbod tot verhuizing vragen. Karin Moene en Marija Vukovic (advocaten en mediators in Den Haag, Leidschenveen) kunnen u als ervaren familierechtadvocaten in deze procedures bijstaan en begeleiden.

Zoek binnen de website

Copyright 2012. Joomla Templates 2.5 | Moene Familierecht - Sportsingel 26 - 2492 WJ Den Haag - info@moene.nl