Rechtbank Den Haag 14 april 2015

Kern: AOK betrokken bij inkomen van vrouw voor het bepalen van aanvullende behoefte aan partneralimentatie

Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 14 april 2015 heeft de rechtbank de alleenstaande ouderkop (AOK) van het kindgebonden budget (conform het tremarapport) niet in mindering gebracht op de kosten van de kinderen.

Bij het bepalen van de  draagkracht van de vrouw om bij te dragen in de kosten van de kinderen berekent de rechtbank haar netto besteedbaar inkomen eerst zonder rekening te houden met de AOK van het kindgebonden budget en vervolgens door daarmee wel rekening te houden. De rechtbank constateert dat dat geen invloed heeft op de draagkracht van de vrouw voor kinderalimentatie. 

Voor de partneralimentatie wordt het inkomen van de vrouw ook vermeerderd met AOK. Dat inkomen, dus inclusief de AOK, brengt de rechtbank in mindering op de behoefte van de vrouw.

Motivering rechtbank: AOK is een inkomensmaatregel.

Hier vindt u de uitspraak.

Hof Den Haag 8 april 2015

In deze zaak waren ouders het er over eens dat de behoefte van de kinderen bepaald dient te worden conform tremarapport 2015, dus: van het bedrag dat uit de tabel kosten kinderen blijkt, dient het volledige kindgebonden budget (inclusief alleenstaande ouderkop) te worden afgetrokken. Hierover hoefde het Hof dus niet te beslissen (zie over deze discussie: Alleenstaande ouderkop kindgebonden budget en kinderalimentatie).

In dit geval resteerde een bedrag van € 61,-- als eigen aandeel van de ouders in de kosten van het kind. 

De zorgkorting bij het bepalen van de bijdrage van vader in de kosten van het kind berekent het gerechtshof conform tremarapport, in dit geval (co-ouderschap) een zorgkorting van 35% van € 61,-- is  € 21,-- per maand. 

Met andere woorden: trema volgend zou de man voor zijn kind bij co-ouderschap € 21,-- per maand aan verblijfskosten kwijt zijn....

Het gerechtshof berekent de kinderalimentatie (rekening houdend met geen draagkracht aan de zijde van moeder) voor vader op € 40,-- per maand.

Dan komt het gerechtshof toe aan het bepalen van de draagkracht van de man voor partneralimentatie. Het hof overweegt in rechtsoverweging 26: 

"De advocaat van de man heeft ter terechtzitting verklaard dat de man in zijn draagkrachtberekening ter bepaling van zijn draagkrachtloos inkomen de co-ouderschapsnorm heeft toegepast omdat hij meer kosten voor de minderjarige heeft dan op grond van de zorgkorting in aanmerking worden genomen. Het hof acht dit redelijk en zal de man daarin volgen. Het hof gaat daarbij evenals de man uit van een draagkrachtpercentage van 52,5%."

Het gerechtshof Den Haag wijkt hiermee dus af van het tremarapport! Conform tremarapport had bij het bepalen van de draagkracht voor partneralimentatie uitsluitend rekening mogen worden gehouden met € 40,-- per maand aan kinderalimentatie en € 21,-- per maand aan verblijfskosten van de kinderen.

Dat vond het gerechtshof Den Haag niet redelijk en volgde de gedachtegang van de advocaat van de man en paste een draagkrachtpercentage van 52,5% toe in plaats van 60%. Veel feitelijk voordeel heeft de man daar in dit geval niet van: hij had volgens het Hof toch al geen ruimte om partneralimentatie te voldoen. 

In elk geval: het gerechtshof Den Haag onderkent dat de wijze waarop de zorgkorting volgens trema wordt berekent in de praktijk onredelijke kan uitpakken en dan een andere benadering behoeft. 

Wij wezen u overigens al in ons artikel Overwegingen naar aanleiding van Wetsvoorstel hervorming kindregelingen en gevolgen voor kinderalimentatie op deze bijzondere uitwerking van het systeem.

Rapport Alimentatienormen 2015

Het rapport alimentatienormen 2015 (Tremarapport) is sinds vandaag -23 december 2014- online.

Het rapport vindt u op: http://www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/sector-familie-en-jeugdrecht/Documents/Rapport-alimentatienormen-2015.pdf

De aangepaste bijlage bijlage 2015 eerste helft vindt u op: http://www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/sector-familie-en-jeugdrecht/Documents/Bijlage-2015-eerste-helft.pdf. 

In het voorwoord van het Tremarapport januari 2015 is expliciet opgenomen:

De invoering van de Wet hervorming kindregelingen kan wel aanleiding zijn om een wijzigingsverzoek levensonderhoud in te dienen.

In het voorwoord staan verder de wijzigingen ten opzichte van het rapport 2014 (versie juli) vermeld:

Met het oog op de afschaffing van het recht op fiscaal voordeel kinderalimentatie, de herziening van de kindregelingen en de gewijzigde fiscale regels voor pensioenopbouw alsmede ter verduidelijking zijn, naast kleinere aanpassingen van ondergeschikt belang, de volgende tekstuele aanpassingen doorgevoerd:

- op pagina 7 is onder het kopje ‘terminologie’ bij de definitie van het kindgebonden budget na de woorden ‘maandelijkse bijdrage’ toegevoegd ‘(inclusief alleenstaande ouderkop)’;

- op pagina 8 is onder het kopje ‘Het tabelbedrag’ de aanbeveling opgenomen over het in mindering strekken van het gehele kindgebonden budget (dus inclusief de alleenstaande ouderkop) op de behoefte van het kind;

- op pagina 13 is ‘Wet Werk en Bijstand’ vervangen door ‘Participatiewet’; ook inhoudelijk is deze eerste alinea aan de participatiewet en de daarin opgenomen kostendelersnorm aangepast;

- op pagina 15 is de opbouw van de redelijke kosten van levensonderhoud aangepast aan de cijfers van 2015;

- op pagina 16 is het rekenvoorbeeld aangepast in verband met het afschaffen van de aftrek levensonderhoud kinderen;

- op pagina 20 is het rekenvoorbeeld aangepast aan de cijfers van 2014/2;

- op pagina 24 is ‘Wwb’ vervangen door ‘Participatiewet’;

- op pagina 43 is nummer 119b toegevoegd in verband met de mogelijkheid tot netto pensioensparen;

- op pagina 48 is paragraaf 7.1 laatste zin uitgebreid met de woorden ‘waarbij er in beginsel vanuit wordt gegaan dat de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a Participatiewet niet voor hem geldt’; diezelfde zinsnede is toegevoegd op pagina 49, tweede opsommingspunt in paragraaf 7.3 en pagina 50, tweede opsommingspunt onder nummer 2;

- op pagina 50 in de tweede alinea van paragraaf 7.4 is ‘Wwb-uitkering’ vervangen door ‘Participatiewet-uitkering’;

- tot slot zij vermeld dat de passages waar in het rapport werd gesproken over het fiscaal voordeel in verband met de aftrek kosten kinderen ook zijn aangepast in verband met het afschaffen van dit fiscaal voordeel.

 

Wijziging kindregelingen (1-1-2015) en gevolgen kinderalimentatie

De Expertgroep Alimentatienormen heeft een advies uitgebracht hoe om te gaan met de gevolgen op de kinderalimentatie van de wijziging in de kindregelingen per 1 januari 2015.

Per 1 januari 2015 komen veel alleenstaande ouders in aanmerking voor een verhoging van het kindgebonden budget in de vorm van een alleenstaande ouderkop. Die is maximaal € 3.050,00 (voor 2015). Dit, terwijl de alleenstaande ouderkorting als heffingskorting in de IB-aangifte verdwijnt.

De expertgroep beveelt aan om het totale kindgebonden budget -dus inclusief alleenstaande ouderkop- in mindering te doen strekken op de kosten van het kind (het tabelbedrag).

Dit kan er in een aantal gevallen toe leiden dat er geen behoefte meer resteert waarin de ouders moeten voorzien. In een dergelijk geval is er dus geen aanleiding voor het opleggen van een onderhoudsbijdrage ten laste van de andere, niet-verzorgende ouder, zo schrijft de Expertgroep.

Het wijzigen van de fiscale wetgeving is verder volgens de Expertgroep een wijziging van regelgeving die van invloed kan zijn op de wettelijke maatstaven en dus aanleiding kan geven tot herbeoordeling van eerder overeengekomen of vastgestelde bijdragen.

Zoek binnen de website

Copyright 2012. Joomla Templates 2.5 | Moene Familierecht - Sportsingel 26 - 2492 WJ Den Haag - info@moene.nl