Overwegingen naar aanleiding van Wetsvoorstel hervorming kindregelingen en gevolgen voor kinderalimentatie

Op 24 juni 2014 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel hervorming kindregelingen aanvaard (zie voor de tekst van de wet: http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20140311/gewijzigd_voorstel_van_wet_3/f=/vji1omilthxr.pdf).

Met ingang van 1 januari 2015 zijn er nog maar een beperkt aantal kindregelingen.

Wat zijn de gevolgen:

  •  alleenstaande ouderkorting als heffingskorting wordt afgeschaft;
  • de forfaitaire aftrek voor levensonderhoud kinderen wordt afgeschaft (de regeling dat er fiscaal voordeel is bij voldoening van kinderalimentatie van € 139,-- per maand of meer vervalt dus);
  • op het kindgebonden budget komt een kop van € 2.800,-- voor alleenstaande ouders (bedrag per jaar) en
  • het kindgebonden budget wordt voor het eerste kind met € 15,-- verhoogd en voor het tweede kind met € 255,-- (bedragen per jaar).

De bedragen (zie: voorstel van wet, artikel VII Wet op het kindgebonden budget, artikel B):

2. Het kindgebonden budget bedraagt voor een berekeningsjaar:
a. indien de ouder aanspraak heeft voor één kind: € 1.032,–;
b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee kinderen: € 1.823,–;
c. indien de ouder aanspraak heeft voor drie kinderen: € 2.006,–;
d. indien de ouder aanspraak heeft voor meer dan drie kinderen: € 2.006,–, verhoogd met zoveel maal € 106,– als het aantal kinderen meer bedraagt dan drie.  

6. De ouder die geen partner heeft, heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 2.800,–.  

Dit heeft grote gevolgen.

Voorbeeld 1:

Stel, we nemen de navolgende casus: 

  • ouders met 2 kinderen gaan uit elkaar
  • kosten kinderen volgens tabel kosten kinderen 2014-1 € 600,-- 
  • kindgebonden budget in 2014 na uit een gaan: € 129,--
  • draagkracht man ruim voldoende om in draagkracht te voorzien
  • vrouw heeft geen inkomen en geen draagkracht om bij te dragen in de kosten van de kinderen
  • zorgkorting 25%.

Als we uitgaan van de huidige normen, geldt het volgende:

  • bijdrage vrouw: € 0,--
  • zorgkorting van € 117,25 (25% van (600 – 129))
  • bijdrage in de vorm van kinderalimentatie van de man: € 353,75 voor 2 kinderen samen (600 – 129 – 117,25). 
  • totale (netto) bijdrage man: € 471,--.

Wanneer het huidige wetsvoorstel van kracht wordt, bedraagt het kindgebonden budget voor de alleenstaande vrouw € 385,-- per maand voor beide kinderen samen, namelijk (1.823 + 2.800) : 12.

Wat zou dit betekenen voor de bijdrage van de man (bijdrage vrouw opnieuw nihil):

  • zorgkorting van € 53,75 (25% van (600 – 385))
  • bijdrage in de vorm van kinderalimentatie van de man: € 161,25 voor 2 kinderen samen (600 – 385 – 53,75).
  • totale bijdrage man: € 215,--.

De verschillen in uitkomst zijn derhalve zeer groot. 

Bovendien valt op dat de man voor zijn zorgkosten in natura voor gemiddeld 2 dagen per week nog maar € 53,75 per maand bedragen in plaats van de eerder berekende € 117,25: meer dan een halvering. Alsof de kinderen in 2015 minder zouden eten, drinken, douchen e.d. 

Ook dient zich een eigenaardigheid voor wanneer sprake is van een relatief laag bedrag aan kosten kinderen volgens de tabel. Dan kunnen de kosten van een kind lager zijn dan het kindgebonden budget dat in 2015 na scheiding zou worden ontvangen als het wetsvoorstel van kracht zou worden!

Voorbeeld 2:

Stel, we gaan uit van de navolgende gegevens:

  • één kind van 4 jaar 
  • vrouw heeft geen inkomen
  • man heeft (tijdens en na relatie) een netto besteedbaar inkomen uit arbeid van € 1.500,-- per maand;
  • zorgkorting 25%.

Op basis van de huidige kindregelingen en normen zou de bijdrage van de man in de kosten van het kind als volgt berekend worden:

  • het kindgebonden budget in 2014 tijdens relatie: € 84,-- per maand.
  • totaal netto besteedbaar gezinsinkomen: € 1.584,-- per maand (1.500 + 84), dus kosten kind volgens tabel 2014-1: € 210,--
  • behoefte kind in 2014: € 126,-- (210 – 84).
  • zorgkorting 25%, dus € 31,50 (25% van 126) 

  • vrouw: geen inkomen, dus geen draagkracht om bij te dragen in de kosten van het kind
  • man: draagkracht volgens draagkrachttabel 2014: € 133,-- (geen fiscaal voordeel)
  • man kan zorgkorting volledig verzilveren (geen tekort aan draagkracht), dus bijdrage van de man aan de vrouw in de vorm van kinderalimentatie: € 94,50 (126 – 31,50) 
  • bijdrage van de man totaal: € 126,-- (kinderalimentatie + zorg in natura).

Het kindgebonden budget voor de alleenstaande vrouw is € 319,-- per maand voor één kind, namelijk (1.032 + 2.800) : 12.

Het kindgebonden budget ad € 319,-- is dan dus hoger dan de kosten van het kind volgens de tabel (het eerder berekende bedrag ad € 210,--). 

Er kan geen zorgkorting berekend worden. Immers, die moet conform de huidige normen berekend worden door het kindgebonden budget van het tabelbedrag kosten kinderen af te trekken. De zorgkorting zou dan dus nihil zijn. 

Met andere woorden: de man draagt zelf de kosten van zorg voor het kind, terwijl de vrouw € 109,-- meer budget voor het kind beschikbaar heeft dan dat het kind kost.

Is het dan wel redelijk dat het kindgebonden budget volledig aan de vrouw toekomt?

Let wel: in situaties waarin de ouder, waarbij de kinderen hun hoofdverblijf hebben, werkt, thans geen kindgebonden budget ontvangt en thans gebruik maakt van de alleenstaande ouderkorting als heffingskorting, kan het volledig anders uitpakken. Deze ouder zou door het afschaffen van de alleenstaande ouderkorting als heffingskorting in netto besteedbaar inkomen erop achteruit gaan. 

Zorgkorting
De zorgkorting blijft een vreemd iets: het bedrag aan zorgkorting is mede afhankelijk van het bedrag aan kindgebonden budget dat wordt ontvangen. Zou het een suggestie zijn om de zorgkorting uitsluitend te koppelen aan het tabelbedrag? Wellicht dat een aanpassing van de percentages dan op zijn plaats is, al zou dat bij hoge inkomens (en/of vermogende ouders) dan weer anders uitpakken. 

Wijziging van omstandigheden?
De vraag is of de wetswijziging te beschouwen is als een wijziging van omstandigheden als bedoeld in artikel 1:401 BW. Dat dit niet als zeker kan worden aangenomen, blijkt wel uit het feit dat de gewijzigde berekeningssystematiek voor kinderalimentatie (zoals dat in 2013 in werking trad) niet een grond tot wijziging ex artikel 1:401 BW oplevert. 

***

Het verdient in elk geval aanbeveling om cliënten alert te maken op het vorenstaande en de mogelijke gevolgen daarvan voor cliënt zelf. 

Wellicht kunnen bij mediation al afspraken gemaakt worden hoe ouders ieders bijdrage in de kosten van de kinderen zullen berekenen wanneer de wet van kracht wordt. 

Daartoe zal in een ouderschapsplan in ieder geval opgenomen dienen te worden: 

  • wat is het bedrag aan kosten van de kinderen (tabel bedrag);
  • dat van het tabel bedrag allereerst het kindgebonden budget wordt afgetrokken; 
  • wat ieders NBI is zonder rekening te houden met de alleenstaande ouderkorting als heffingskorting;
  • wat ieders draagkracht voor een bijdrage is, waarbij geen rekening wordt gehouden met fiscaal voordeel bij voldoening van kinderalimentatie; 
  • wordt er een vast bedrag aan zorgkorting overeengekomen of de wijze waarop die zorgkorting moet worden berekend.

Op die manier zouden veel ouders na het inwerking treden van de Wet hervorming kindregelingen zelf ieders bijdrage in de kosten van de kinderen kunnen herrekenen. 

Gerelateerde artikelen:

Update stand van zaken per 17 juni 2014:
lees het op Update 2: Wetsvoorstel hervorming kindregelingen

Update stand van zaken per 4 juni 2014: 
lees het op Update: Wetsvoorstel hervorming kindregelingen

Zoek binnen de website

Copyright 2012. Joomla Templates 2.5 | Moene Familierecht - Sportsingel 26 - 2492 WJ Den Haag - info@moene.nl