Kinderalimentatie

Vanaf 1 april 2013 geldt een nieuwe methodiek voor het bepalen van kinderalimentatie. Deze methode gaat uit van vijf stappen:                                                                 

1: Bereken het netto besteedbaar inkomen voor scheiding en daarna
2: Bereken de behoefte van de kinderen 
3: Bereken de draagkracht van ieder der partijen
4: Zorgkorting
5: Aanvaardbaarheidstoets 

Stap 1: Bereken het netto besteedbaar inkomen voor scheiding/uit elkaar gaan en daarna

Wanneer beide ouders voor scheiding werkten, bestaat het netto besteedbaar inkomen voor scheiding uit het netto inkomen van beide ouders bij elkaar opgeteld. Dat netto inkomen moet berekend worden op basis van salarisspecificaties en/of de jaaropgaaf. Bij het bepalen van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met fiscale aspecten van een eigen woning, een leaseauto etc.

Wanneer er kindgebonden budget tijdens huwelijk/samenleving werd ontvangen moet dat worden opgeteld. 

Lees meer: Kinderalimentatie

Wijzigingen 2015: kindregelingen en gevolgen voor alimentatie

De Expertgroep Alimentatienormen heeft een advies uitgebracht hoe om te gaan met de gevolgen op de kinderalimentatie van de wijziging in de kindregelingen per 1 januari 2015.

Per 1 januari 2015 komen veel alleenstaande ouders in aanmerking voor een verhoging van het kindgebonden budget in de vorm van een alleenstaande ouderkop. Die is maximaal € 3.050,00 (voor 2015). Dit, terwijl de alleenstaande ouderkorting als heffingskorting in de IB-aangifte verdwijnt.

Hogere kindgebonden budget vermindert kosten van kind:

Lees meer: Wijzigingen 2015

Indexering alimentatie

De alimentatie wordt jaarlijks met ingang van 1 januari verhoogd. Per 1 januari 2015 wordt de alimentatie met 0,8% verhoogd.
Lees meer

Alleenstaande ouderkop kindgebonden budget en kinderalimentatie 

 

Inleiding

Conform het tremarapport, zoals dat per 1 januari 2015 geldt, dient het volledige kindgebonden budget, dus inclusief de alleenstaande-ouderkop, in mindering te worden gebracht op de kosten van een kind, zoals die uit de tabellen volgen.

De rechtbank Den Haag heeft er voor gekozen om in afwijking van het Tremarapport de alleenstaande ouderkop van het kindgebonden budget niet te betrekken bij het bepalen van het eigen aandeel van de ouders van het kind en ook niet bij het bepalen van de draagkracht van de ouders om bij te dragen in de kosten van het kind.

Deze lijn, ook wel de Haagse lijn genoemd, wordt tot nu toe alleen door de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, gevolgd. Het gerechtshof Den Haag en het gerechtshof Amsterdam volgen, zoals het er nu naar uitziet, het Tremarapport.

Onderstaand -van nieuw naar oud- treft u de ontwikkelingen hierover aan.
 

Ontwikkelingen

Gerechtshof Den Haag 3 juni 2015

Het gerechtshof Den Haag stelt in haar beschikking van 3 juni 2015 de navolgende prejudiciele vragen aan de Hoge Raad:

  1. Moet bij de bepaling van de ingevolge artikel 1:397 BW jo 1:404 BW door de ouders verschuldigde onderhoudsbijdrage voor hun minderjarige kinderen rekening worden gehouden met het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande ouderkop, door dit: i) in mindering te brengen op de behoefte van de kinderen; dan wel ii) in aanmerking te nemen bij het vaststellen van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt?

  2. Bij vraag 1 is geen onderscheid gemaakt tussen de alleenstaande ouderkop en het overige deel van het kindgebonden budget. Indien dat onderscheid wel moet worden gemaakt, op welke wijze moet dan ter bepaling van de verschuldigde onderhoudsbijdrage rekening worden gehouden met de alleenstaande ouderkop en op welke wijze met het overige deel van het kindgebonden budget? 

en overweegt:
"Nu met de beantwoording van de prejudiciële vragen naar verwachting enkele maanden zijn gemoeid en partijen belang hebben bij een beslissing, zal het hof met ingang van 1 januari 2015 een voorlopige kinderalimentatie bepalen in overeenstemming met de aanbeveling zoals opgenomen in het rapport van de expertgroep alimentatienormen. Het hof heeft daarbij het belang van de rechtseenheid en rechtszekerheid laten prevaleren. "

Het is nu wachten op beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad!


 

Rechtbank Den Haag 7 mei 2015

De rechtbank Den Haag geef aan dat zij voortaan het Tremarapport zal volgen en alleen in situaties waarin  dat tot een onaanvaardbaar resultaat leidt daarvan zal afwijken. Kern van de uitspraak:

"In eerdere beschikkingen van deze rechtbank is ten aanzien van de alleenstaande-ouderkop als algemene lijn afgeweken van de aanbeveling van de Expertgroep Alimentatienormen. In de vergadering van de Expertgroep van 17 april jl. is de aanbeveling besproken en bevestigd. De rechtbank verwacht dat binnen afzienbare tijd aan de Hoge Raad prejudiciële vragen worden gesteld over de wijze van behandeling van het kindgebonden budget en de alleenstaande-ouderkop. Onder beide hiervoor genoemde omstandigheden en in het belang van de rechtseenheid acht de rechtbank het niet aangewezen om thans in zijn algemeenheid nog langer af te wijken van de aanbeveling. In beginsel volgt zij dus de betreffende aanbeveling, tenzij dat in een concreet geval tot een onaanvaardbaar resultaat zou leiden."

 


Hof Den Haag 22 april 2015

Omdat door wisselende inkomsten niet duidelijk is hoe hoog het kindgebonden budget zal zijn, betrekt het Hof de alleenstaande ouderkop van het kindgebonden bij het bepalen van de draagkracht van de vrouw.

Kern van de uitspraak:

"Naar het oordeel van het hof is sprake van bijzondere omstandigheden waardoor toepassing van deze richtlijn onwenselijk en ondoenlijk is. Ter zitting is gebleken dat de vrouw werkzaamheden zal gaan verrichten als [naam functie] op basis van een uitzendovereenkomst; zij heeft een nul-uren contract en zij zal een wisselend inkomen hebben. Door haar wisselende inkomsten, mede als gevolg van toeslagen voor onregelmatige diensten, zal ook haar uiteindelijke aanspraak op het kindgebonden budget, in het bijzonder de “alleenstaande ouder kop” kunnen fluctueren. Onder deze omstandigheden acht het hof het onnodig ingewikkeld deze wisselingen thans reeds rechtstreeks van invloed te laten zijn op de hoogte van de behoefte van de minderjarige. Het hof ziet om die reden aanleiding om de zogenaamde alleenstaande ouderkop, waar de vrouw aanspraak op maakt, niet in mindering te brengen op de behoefte van de minderjarige, maar als inkomenscomponent van de vrouw aan te merken."

Zie voor de volledige uitspraak: Hof Den Haag 22 april 2015
 


Expertgroep Alimentatienormen 17 april 2015 wijzigt Trema niet

De expertgroep Alimentatienormen, verantwoordelijk voor het Tremarapport, heeft in haar vergadering van 17 april 2015 besloten het Tremarpport NIET te wijzigen. 
De expertgroep is van mening dat de Hoge Raad zich dient uit te laten over de vraag wat te doen met de alleenstaande ouderkop van het kindgebonden budget. Wanneer toepassing van het Tremarapport op dit punt tot onaanvaardbare situaties leidt, kan de rechter, aldus de expertgroep, zo nodig een afwijkende beslissing in dat geval nemen. 

De Expertgroep meldt het volgende (klik hier voor de bron):

"Vanaf 1 januari 2013 beveelt de Expertgroep aan het kindgebonden budget in mindering te brengen op het zogenaamde 'eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen'. Met de invoering van de WHK wordt het kindgebonden budget verhoogd met de zogeheten 'alleenstaande ouderkop', een inkomensafhankelijke tegemoetkoming in de kosten van de kinderen.

In november 2014 heeft de Expertgroep ten aanzien van dit aldus verhoogde kindgebonden budget de aanbeveling gedaan om de per 1 januari 2013 ingezette lijn te continueren en dus ook de 'alleenstaande ouderkop''op het eigen aandeel in mindering te brengen. In het begin van 2015 is deze aanbeveling (verder: de Aanbeveling) in enkele uitspraken van rechtbanken niet gevolgd. Andere rechtbanken en de gerechtshoven hebben de Aanbeveling wel gevolgd.

In de vergadering van 17 april 2015 is de Aanbeveling opnieuw bevestigd. Bij deze bespreking is (opnieuw) onder ogen gezien dat de inwerkingtreding van de WHK in sommige gevallen ingrijpende financiële consequenties kan hebben voor de onderhoudsverplichtingen van ouders voor hun kinderen. 
In het geval waarin, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een onaanvaardbare situatie ontstaat, behoudt de rechter de mogelijkheid om een op dat geval toegesneden beslissing te geven.

De Expertgroep heeft oog voor andersluidende opvattingen die zowel binnen de rechtspraak als daarbuiten leven over de wijze van behandeling van het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. Daarom acht de Expertgroep het aangewezen dat de Hoge Raad zich hierover uitlaat. In de periode tot dien geldt de Aanbeveling onverkort." 

Kortom: tot dat moment onduidelijkheid, rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid voor de cliënten. 


Rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) 1 april 2015

Een opmerkelijke uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, d.d. 1 april 2015.  

De rechtbank berekent eerst de kinderalimentatie op de manier waarop het Tremarapport dat aangeeft (dus volledig kindgebonden budget inclusief alleenstaande ouderkop wordt afgetrokken van de kosten van de kinderen), om vervolgens op haar eigen manier tot een andere uitkomst te komen, omdat de uitkomst volgens Trema voor de vrouw (alimentatiegerechtigde) volgens de rechtbank onredelijk is en niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever.

De rechtbank overweegt:
"De rechtbank is van oordeel dat in de omstandigheden van het onderhavige geval, waaronder de zorg die de vrouw heeft voor nog twee minderjarigen, een berekening volgens de richtlijnen onredelijk en niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever is. Om die reden zal de rechtbank de kinderalimentatie op een zodanig bedrag bepalen dat de vrouw en de man ten opzichte van 2014 eenzelfde bedrag meer ontvangen respectievelijk minder betalen." 


Hof Den Haag 25 maart 2015

Het gerechtshof Den Haag trekt in haar beschikking van 25 maart 2015 het volledige kindgebonden budget (inclusief alleenstaande ouderkop) af van de kosten van de kinderen, zoals die uit de tabel volgen. Hiermee volgt het hof het Tremarapport. Opvallend: een van de raadsheren behoort tot de expertgroep alimentatienormen, die het Tremarapport opstelt. Het is afwachten of het Hof die lijn zal blijven volgen. 


Rechtbank Den Haag 30 maart 2015

In de beschikking van de rechtbank Den Haag van 30 maart 2015 heeft de rechtbank de alleenstaande ouderkop van het kindgebonden budget meegenomen bij het bepalen van de draagkracht van de vrouw. Dit is echter geen geen koerswijziging van de rechtbank Den Haag.

Zoals uit de uitspraak blijkt, hadden partijen overeenstemming over het meenemen van de alleenstaande ouderkop in de draagkracht:
"Ter terechtzitting is de alleenstaande ouderkop aan de orde geweest. Partijen zijn het erover eens dat bij de bepaling van de draagkracht van de vrouw met de alleenstaande ouderkop rekening dient te worden gehouden." 


Rechtbank Den Haag 23 maart 2015

In de beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 maart 2015 (advocaat vader: Marija Vukovic) heeft de rechtbank de alleenstaande ouderkop van het kindgebonden budget opnieuw niet meegenomen bij het bepalen van het eigen aandeel van de ouders in de kosten van het kind en ook niet in de draagkracht. De rechtbank Den Haag houdt de door haar uitgezette lijn dus door.  


Hof Arnhem-Leeuwarden 9 maart 2015 volgt Haagse lijn niet

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgt in de beschikking van 9 maart 2015 expliciet het Tremarapport. Het hof overweegt:

"Voor het jaar 2015 geldt het volgende. Tussen partijen is evenmin in geschil dat in 2015 de hoogte van het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande-ouderkop, € 359,- per maand bedraagt. De advocaat van de man heeft ter mondelinge behandeling bij dit hof erop gewezen dat dit bedrag per 1 januari 2015, conform de aanbeveling van de Expertgroep), op de geïndexeerde behoefte van € 402,- per maand in 2015 in mindering dient te strekken. De advocaat van de vrouw betwist dat. Hij stelt dat in dit geval aanleiding bestaat om af te wijken van de aanbeveling van de Expertgroep, omdat tegenover de stijging van het kindgebonden budget met € 255,- per maand voor de vrouw verlies staat van € 174,22 per maand aan toeslag op haar WAO-uitkering. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding af te wijken van voormelde aanbeveling van de Expertgroep, nu het mogelijk verlies aan een toeslag die ertoe dient om te voorkomen dat het inkomen van een uitkeringsgerechtigde, in dit geval de vrouw, tot onder het sociaal minimum daalt, niets althans onvoldoende afdoet aan de omstandigheid dat de vrouw over een kindgebonden budget beschikt dat speciaal is bestemd voor de verzorging en opvoeding van [kind 2] en met welk budget dus bij de vaststelling van de behoefte van [kind 2] rekening gehouden dient te worden. Het hof merkt in dit verband nog op dat de Toeslagenwet nog steeds bestaat en dat de vrouw in aanmerking zou kunnen komen voor een toeslag op grond van die wet, indien mocht blijken dat haar inkomen daalt tot onder het sociaal minimum. Dit alles betekent dat de behoefte van [kind 2] met ingang van 1 januari 2015 op (€ 402,- minus € 359,- =) € 42,- per maand moet worden gesteld."


Hof Den Bosch 5 maart 2015 en rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 maart 2015 volgen Haagse lijn niet

Het Gerechtshof Den Bosch en de rechtbank Zeeland West-Brabant volgen de Haagse lijn niet.

Het Gerechtshof Den Bosch overweegt in de beschikking van 5 maart 2015:
"Ingevolge artikel 1:397 Burgerlijk Wetboek dient bij de bepaling van het bedrag dat terzake van, in deze, de kosten van verzorging en opvoeding van een kind moet worden betaald enerzijds rekening te worden gehouden met de behoefte van het kind en anderzijds met de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Het kindgebonden budget, en daarmee ook de alleenstaande ouderkop, zijn componenten die het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen beïnvloeden. Nu in de behoefte van de minderjarige geheel wordt voorzien door het kindgebonden budget dient de ten behoeve van de minderjarige vast te stellen bijdrage op nihil te worden gesteld. Dat in de behoefte wordt voorzien uit de algemene middelen en niet door de man als onderhoudsplichtige doet aan het voorgaande niet af. Immers, de wetgever heeft bij invoering van de Wet Hervorming Kindregelingen onderkend dat het kindgebonden budget mogelijk behoefte dekkend zou zijn en aldus de juridische grondslag voor de verplichting tot het betalen van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding zou kunnen doen ontvallen en geen aanleiding gezien deze gevolgen door middel van een wijziging bij te stellen.

Andere omstandigheden die een afwijking van de aanbevelingen van de Expertgroep zouden rechtvaardigen zijn niet gesteld of gebleken."

Bij beschikking van 10 maart 2015 heeft de rechtbank Zeeland West-Brabant uitdrukkelijk overwogen het Tremarapport te volgen. De rechtbank overweegt:

 ‘Bij de vaststelling van kinderalimentatie volgen de gerechten in beginsel de richtlijnen die zijn opgesteld door de landelijke Expertgroep Alimentatienormen, dit ter bevordering van de rechtseenheid. De rechtbank is ervan op de hoogte dat er momenteel bedenkingen zijn ten aanzien van de desbetreffende richtlijn, doch op dit moment is niet duidelijk of er bij de behoeftebepaling een wijziging zal komen in het al dan niet in aanmerking nemen van het huidige totale KGB (inclusief de AOK) en zo ja, per wanneer dat zal zijn. Naar het oordeel van de rechtbank dient op dit moment dan ook de rechtseenheid, zoals door de man bepleit, te prevaleren. De rechtbank zal dan ook de richtlijn van de Expertgroep Alimentatienormen volgen zoals die geldt op het moment van deze uitspraak. De rechtbank gaat ervan uit dat, indien de berekeningswijze en/of het in aanmerking te nemen KGB bij het bepalen van de behoefte van een kind in de toekomst mocht wijzigen, partijen in onderling overleg (kunnen) bezien wat hiervan de gevolgen zijn voor de kinderbijdrage. Zo nodig kunnen zij zich wederom tot de rechtbank wenden.’ 

De beschikking van de rechtbank Zeeland West-Brabant van 10 maart 2015 vindt u hier 


Rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) 4 maart 2015 volgt rechtbank Den Haag

De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, laat bij beschikking d.d. 4 maart 2015 de alleenstaande-ouderkop van het kindgebonden budget bij het berekenen van de kinderalimentatie buiten beschouwing.  

De door de rechtbank Den Haag uitgezette lijn wordt dus door deze rechtbank gevolgd, maar met een extra overweging: 

"Mede omdat art. 1:404 BW (dat bepaalt dat ouders verplicht zijn naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen) niet is gewijzigd, zal de rechtbank bovenvermelde aanbeveling voor zover die ziet op de alleenstaande-ouderkop daarom niet opvolgen, en zal - anders dan de aanbeveling - bij het berekenen van de kinderalimentatie het bedrag van de alleenstaande-ouderkop buiten beschouwing laten."

De beschikking van de rechtbank Haarlem vindt hier   


Hof Amsterdam 10 februari 2015

Het gerechtshof Amsterdam volgt in haar beschikking van 10 februari 2015 de richtlijnen van het Tremarapport en trekt het volledige kindgebonden budget, dus inclusief alleenstaande ouderkop, af van de kosten van de kinderen, zoals die uit de tabel blijken.


Februari 2015: Rechtbank Den Haag wijkt opnieuw af van het Tremarapport

Eerder berichtten wij u al dat de rechtbank Den Haag bij uitspraak van 9 januari 2015 is afgeweken van het tremarapport, zoals dat per 1 januari 2015 geldt.

Conform dat tremarapport dient het volledige kindgebonden budget, dus inclusief de alleenstaande-ouderkop, in mindering te worden gebracht op de kosten van een kind, zoals die uit de tabellen volgen.

Bij beschikking van 12 februari 2015 van de rechtbank Den Haag volgt de rechtbank opnieuw op dat punt  het tremarapport niet.

De rechtbank overweegt: zie http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:1456

“Kindgebonden budget en alleenstaande-ouderkop

Bij de vaststelling van kinderalimentatie volgen de gerechten in beginsel de richtlijnen die zijn opgesteld door de landelijke expertgroep alimentatienormen. Sinds 1 januari 2013 bepalen deze normen dat het kindgebonden budget dat ouders ontvangen in mindering strekt op het gevonden tabelbedrag eigen aandeel kosten van kinderen. Met de invoering van de Wet hervorming kindregelingen per 1 januari 2015 hebben alleenstaande ouders die in aanmerking komen voor een kindgebonden budget recht op een verhoging van dit kindgebonden budget met maximaal € 3.050,00 (voor 2015). Deze verhoging wordt de alleenstaande-ouderkop genoemd. De expertgroep alimentatienormen beveelt nog steeds aan om het totale kindgebonden budget (dus inclusief de alleenstaande-ouderkop) in mindering te doen strekken op het gevonden tabelbedrag eigen aandeel kosten van kinderen. Deze aanbeveling kan er in bepaalde gevallen toe leiden dat er geen behoefte meer resteert waarin de ouders moeten voorzien. In een dergelijk geval is er dus geen aanleiding voor het opleggen van een onderhoudsbijdrage ten laste van de andere niet-verzorgende ouder (vgl. Rapport alimentatienormen januari 2015, blz. 8).

Eén van de doelen van de Wet hervorming kindregelingen is het tegengaan van de armoedeval voor alleenstaande ouders die vanuit de bijstand gaan werken en het aantrekkelijker maken voor alleenstaande ouders om meer te gaan werken. In de wetsgeschiedenis is ten aanzien van de voorgestelde invoering van de alleenstaande-ouderkop het volgende opgemerkt: “Werkende alleenstaande ouders hebben in de huidige (tot 1 januari 2015) situatie recht op de aanvullende alleenstaande-ouderkorting. Doordat de alleenstaande-ouderkop hoger is dan het fiscale voordeel dat zij nu genieten, gaan werkende alleenstaande ouders rond het minimum er tot circa € 2.580 per jaar op vooruit. Dit komt mede doordat zij als gevolg van deze hervorming ook de voorgestelde intensivering op de arbeidskorting kunnen verzilveren. Het aanvaarden van werk vanuit een uitkering wordt daardoor veel aantrekkelijker.” (Kamerstukken 33716, nr. 3, blz. 8).

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het in de bedoeling van de wetgever ligt dat de alleenstaande-ouderkop ten goede komt aan de alleenstaande verzorgende ouder. De hiervoor vermelde aanbeveling van de expertgroep heeft in het onderhavige geval echter tot gevolg dat de vrouw als alimentatiegerechtigde ouder er minder dan de wetgever bedoeld heeft op vooruit gaat, omdat zij minder kinderalimentatie ontvangt. De man zou daarentegen minder hoeven te betalen, terwijl hij wel over draagkracht beschikt om meer bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. De rechtbank zal bovenvermelde aanbeveling voor zover die ziet op de alleenstaande-ouderkop daarom niet opvolgen, en zal – anders dan de aanbeveling – bij het berekenen van de kinderalimentatie het bedrag van de alleenstaande-ouderkop buiten beschouwing laten.”

Bij het berekenen van het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen houdt de rechtbank derhalve rekening met het kindgebonden budget zonder de alleenstaande-ouderkop.

Het eigen aandeel in de kosten van de kinderen komt zo hoger uit dan wanneer dat volgens het tremarapport zou worden berekend. 

Uit de uitspraak blijkt overigens niet of de alleenstaande-ouderkop op het kindgebonden budget nog wel betrokken is bij het berekenen van de draagkracht voor een bijdrage in de kosten van de minderjarige. Tevens blijkt niet of met die alleenstaande-ouderkop rekening is gehouden bij het bepalen van partneralimentatie.

Dit is dus al de tweede keer dat rechtbank Den Haag afwijkt van het tremarapport. Of de rechtbank Den Haag nu steeds op deze lijn zal verder gaan, is de vraag. 

Wij zijn erg benieuwd of andere rechtbanken deze lijn zullen volgen en hoe in hoger beroep met deze uitspraken zal worden omgegaan.

Wij houden u uiteraard op de hoogte.


januari 2015: Rechtbank Den Haag wijkt af van Tremarapport 2015!

Zoals wij al eerder aangaven, dient volgens het Tremarapport per 1 januari 2015 het volledige kindgebonden budget, dus inclusief de alleenstaande ouderkop, in mindering te worden gebracht op de kosten van een kind, zoals die uit de tabellen volgen. Dit kan er onder omstandigheden toe leiden dat er geen behoefte meer resteert aan een bijdrage van de niet verzorgende ouder. Volgens het Tremarapport bestaat er dan ook geen aanleiding om een onderhoudsbijdrage aan die ouder op te leggen. 

Bij beschikking van 9 januari 2015 heeft de rechtbank Den Haag in een voorlopige voorzieningenprocedure welbewust in afwijking van het Tremarapport aan een ouder de verplichting opgelegd om bij te dragen in de kosten van zijn kind, terwijl daaraan volgens de systematiek van het Tremarapport geen behoefte was.

De rechtbank wijkt dus in voormelde beschikking dus af van dat uitgangspunt in het Tremarapport. 

In deze casus had de rechtbank de kosten van het kind berekend op € 146,-- per maand.
Via de proefberekening op de site van de belastingdienst had de rechtbank berekend dat de vrouw aan kindgebonden budget in 2015 circa € 340,-- per maand zal ontvangen, dus inclusief de alleenstaande ouderkop.
De rechtbank berekende draagkracht van de man (de niet verzorgende ouder) op basis van de draagkrachttabel op € 25,-- per maand. 

De rechtbank overweegt vervolgens: 

“Indien de aanbevelingen in de richtlijn van de Expertgroep Alimentatienormen op dit punt zouden worden gevolgd, inhoudende dat ook in de nieuwe situatie het gehele kindgebonden budget (inclusief de zogenaamde alleenstaande-ouderkop) in mindering wordt gebracht op de behoefte, leidt dit ertoe dat er in dit geval  behoefte van een minderjarige aan een bijdrage van de man zou overblijven. De rechtbank acht dit niet redelijk en in strijd met het wettelijk uitgangspunt dat ouders gehouden zijn tot het verstrekken van levensonderhoud aan hun kinderen (voor zover hun draagkracht dit toelaat).
Maatschappelijk gezien vindt de rechtbank het niet aanvaardbaar dat in de behoefte van een kind volledig zou worden voorzien uit gemeenschapsmiddelen terwijl er bij de niet primair verzorgende ouder wel draagkracht is om een bijdrage aan het levensonderhoud van zijn of haar kind te leveren: de rechtbank is van oordeel dat de huidige regelgeving ook niet tot een dergelijke uitleg dwingt, nu de alleenstaande-ouderkop bedoeld lijkt te zijn als een inkomenspolitieke maatregel, vergelijkbaar met de alleenstaande-ouderkorting, een heffingskorting die tot 2014 bestond en niet op de behoefte van het kind in aftrek werd gebracht. Om die reden wijkt de rechtbank af van het advies van de Expertgroep Alimentatienormen op dit punt en handhaaft zij de door de man te betalen bijdrage van € 25,-- ook na 1 januari 2015.”

De vraag is of deze uitspraak van de rechtbank Den Haag navolging zal gaan vinden. Wij houden u uiteraard op de hoogte!

Zoek binnen de website

Copyright 2012. Joomla Templates 2.5 | Moene Familierecht - Sportsingel 26 - 2492 WJ Den Haag - info@moene.nl