Bijzonder curator benoemd om belangen van meisje (geboren in 2005) te behartigen in verband met omgang met vader 

Het gerechtshof Den Bosch heeft bij uitspraak d.d. 18 december 2014 een bijzonder curator benoemd om de belangen van een meisje, geboren in 2005, te behartigen in verband met het tot stand brengen van contact tussen haar en haar vader.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep was gebleken dat de vader en de moeder in hun geschil over een eventueel vast te stellen omgangs- of contactregeling tussen de vader en de dochter niet in staat waren zonder tussenkomst van een derde tot enige vorm van afspraken te geraken. Nu de dochter klem dreigt te raken tussen de ouders, achtte het hof het aangewezen om ambtshalve ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een bijzondere curator te benoemen om de belangen van de dochter in deze kwestie te behartigen.

Opvallend: de ouders hebben ter zitting aangegeven zich te kunnen vinden in de benoeming van een bijzonder curator.

Het hof heeft de bijzonder curator verzocht:

"de belangen van [de dochter] in deze te behartigen, voor zover nodig zowel in als buiten rechte. Het gaat in het bijzonder om de vraag of en zo ja op welke wijze inhoud kan worden gegeven aan een of enige vorm van contact tussen de minderjarige en de vader. Het hof verzoekt de bijzondere curator daartoe gesprekken te voeren met de ouders en de minderjarige. Het staat de bijzondere curator vrij, zij is daartoe niet verplicht, een of meerdere contacten tot stand te brengen tussen de minderjarige en de vader, bij voorkeur onder haar begeleiding."

Het gerechtshof heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 1:250 BW biedt. Volgens dat artikel kan in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van een minderjarige, dan wel het vermogen van de minderjarige, in geval van een belangentegenstelling van de ouders en de minderjarige, een bijzondere curator worden benoemd.

Dit artikel biedt dus ook de mogelijkheid om bij 
omgangsproblemen een bijzonder curator te benoemen. Opvallend bij deze uitspraak is dat er relatief snel gegrepen lijkt te zijn naar de benoeming van de bijzonder curator. Uit de uitspraak blijkt niet dat er bijvoorbeeld al eerder sprake van een ondertoezichtstelling is geweest.

Wij achten dit een mooie stap en een stap in het belang van het kind.

Het gerechtshof Leeuwarden had al in een eerdere uitspraak (12 oktober 2010) de beslissing van de rechtbank (Groningen) om in omgangskwestie een bijzondere curator te benoemen in stand gelaten. Daar was wel eerst een ondertoezichtstelling geweest om te proberen de omgang op gang te krijgen. Dat gerechtshof oordeelde toen dat sprake was van een situatie waarin met betrekking tot de verzorging en opvoeding een wezenlijk conflict is ontstaan tussen de minderjarigen en degene die belast is met hun verzorging en opvoeding. Daarom was de benoeming van een bijzondere curator gerechtvaardigd Het jarenlang door de moeder belemmeren van omgang tussen de vader en de kinderen (i.c. 9 en 7 jaar oud) achtte het hof, evenals de rechtbank, volstrekt strijdig met de belangen van de kinderen. Tot dan toe was ook een ondertoezichtstelling niet afdoende gebleken om omgang tussen de vader en de kinderen op gang te brengen. Het hof onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de belangen van de kinderen er in dit specifieke geval bij gebaat zijn dat een onafhankelijke derde opkomt voor hun belangen en dat die derde, anders dan de gezinsvoogd, niet gericht behoeft te zijn op samenwerking met de gezaghebbende ouders maar enkel en alleen gericht kan zijn op het belang van de minderjarigen.

Zie voor de uitspraken:

- Hof Den Bosch 18 december 2014

- Hof Leeuwarden 12 oktober 2010 

Zoek binnen de website

Copyright 2012. Joomla Templates 2.5 | Moene Familierecht - Sportsingel 26 - 2492 WJ Den Haag - info@moene.nl